Don’t let the darkness consume you

Ik heb het de afgelopen weken niet onder stoelen of banken gestoken.

Het gaat niet zo goed met mij.

En, ik zal heel eerlijk zijn, de duisternis en ik gaan al jaren hand in hand. Ik weet vrij goed waar mijn grens ligt en wanneer ik een punt bereik vlak voor ze aan mijn hand zou trekken om me in een groot zwart gat te trekken. Ik had alleen niet verwacht dat mijn grens zich weer zou aankondigen.

Een tijdje geleden kondigde dat moment zich aan. We zaten in de auto en ik voelde het. De grond onder mijn voeten. Een hand rond al mijn ingewanden en tranen. Tranen. De alarmbel. Ik heb lang en hard getwijfeld of ik erover zou bloggen.

Ik voel me al zo klein en kwetsbaar en was (/ben) ervan overtuigd dat mij openlijk zo kwetsbaar openstellen geen goeds kan betekenen. Anderzijds heeft het van mij af schrijven me toch ook al heel wat goede dingen opgeleverd, dus ik zet nu mijn donkergrijze bril even af.

Siska Schoeters is een topwijf. Haar erg recente interview met de krant illustreert mooi hoe elke moeder, hoe moeillijk dat ook is, haar eigen weg probeert te zoeken. Onze gevoelens konden niet haakser op elkaar staan. Hoe ze vaak soms de deur achter zich zou dichtslaan en de boel de boel laten, krijg ik angstzweet (letterlijk) bij het idee dat ik even naar de winkel zou moeten en Lexie even bij manlief achterlatend echt wel het gemakkelijkst winkelt.

Toen ik op 6 juli terug ging werken voelde ik dat er iets niet helemaal juist zat, maar ik suste mezelf met het feit dat elke moeder zich vast zo voelt wanneer ze terug aan het werk gaat. Tranen en brullen in de auto als ik Lexie had afgezet bij de crèche. Elke keer. Onbegrip als collega’s goedbedoeld zeiden dat ze echt blij waren als ze terug konden komen werken, even terug onder de mensen zijn. Ik dacht alleen maar: “Ik wil naar mijn Lexie, nu!”

Mijn huisarts is een held. Het was tijd dat ik aan de slag ging met mijn verleden, mijn jeugd. Therapie. Ik voelde me op slag een zottin. Geheel onterecht. Heel Nederland loopt naar de therapeut en spreekt er openlijk over op de thee met familie en vrienden.

Wat ik jaren geleden veilig had opgeborgen in een kastje ergens ver weg, moet gaan rotten zijn. Een houtworm misschien? Maar het was eruit gaan kruipen en zich gaan vastzetten diep in mij, ergens terwijl ik kwetsbaar en een verse mama was.

Mijn tweede alarmbel ging loeihard op de avond dat de Rode Duivels zich de beste ploeg van de wereld voetbalden. Paniekaanval nr 2, check. Het was pas bij deze alarmbel dat ik ook echt geloofde wat de therapeut al 150 euro geleden tegen mij zei. “Uwe, nu is het tijd om te zorgen voor jou. Voor jezelf.” Want ik denk dat als dat niet goed zit, ik ook niet meer kan doen wat ik nu net wel alleen wil doen. Zorgen voor Lexie. Koesteren. Genieten. Liefhebben.

 Ik heb geen depressie. Hoewel dat vele vormen aanneemt denk ik dat ik ermee aan de slag ging toen ik net op de rand ervan mijn evenwicht zocht en het niet kon vinden. Een Post traumatische stress stoornis, ja daar heeft het ook wat van, maar ik kan nog (redelijk) gewoon functioneren. Een hechtingsstoornis uit het verleden, die nu de kop op steekt. Mja, goh.

We hebben de drang het beestje een naam te willen geven.

Laat ons het erover eens zijn dat er vanalles mis is met mij, maar dat ik eraan werk. Stilletjes aan. Muizenstapjes.

Dat is voorlopig al meer dan genoeg.

Tot snel

 Uwe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s